Mening (12-04-2017)

“Hé Kobayashi speelt naar dezelfde kleur!”, riep mijn maat. Er waren 22 minuten gespeeld. Tot dan toe speelde onze Japanse middenvelder de bal vooral naar tegenstanders, over de zijlijn of richting niemandsland. Nu was Kobayashi zeker niet de enige. Ook zijn collega’s grossierden in verkeerde passes, mislukte schoten of ‘toverballen’ over de eigen achterlijn. Sparta deed naar hartenlust mee aan het foutenfestival, al kreeg het in de eerste helft wel de beste kansen. Bij het rustsignaal werden de Heerenveenspelers met wat boegeroep en een mild fluitconcert richting kleedkamer gestuurd. Na afloop vroeg een Studio Sportverslaggever aan coach Streppel wat hij daarvan vond. “Heeft het publiek altijd gelijk?”, informeerde de reporter. Je zag onze trainer aarzelen. Daarna zei hij “het publiek heeft recht op een mening, supporters beleven voetbal, dus ze hebben recht op een mening.” Dat is op zich fijn om te horen: we mogen als tribuneklanten onze eigen mening hebben! Toch proefde ik enige arrogantie in zijn antwoord, vooral ook door die aarzeling. ‘Ach ja, de mening van de supporters … leuk hoor, maar ze hebben er geen kijk op, daar zijn wij voor, de mening van de spelers, de trainers, de staf, daar gaat het om’. Hij zei het niet, niet met zoveel woorden, maar zijn diplomatieke antwoord klonk wat denigrerend. Toch zagen die supporters het goed hoor, geachte coach: de eerste helft was heel pover. De tweede was wat beter, maar zeker niet groots. De drie doelpunten vergoedden het gebrek aan kwaliteit enigszins. En dus klonk er een bescheiden, ingetogen applaus vanaf de tribunes.

Dit bericht is geplaatst op maandag 1 mei 2017 onder Nieuws. Reageren kan door hier te klikken.

Reageer